Monthly Archives: februari 2014

Wat ik van Steve Jobs heb geleerd over leren

Steve JobsAfgelopen weekend ben ik eindelijk begonnen aan de biografie van Steve Jobs. Een intrigerende persoonlijkheid. Ik herinner me nog een lezing die hij in 2005 gaf bij Stanford University. Hierin vertelde hij onder andere dat hij op de universiteit na een halfjaar is gestopt, en daarna alleen nog colleges volgde die hij wel interessant vond. Daar wilde ik meer van weten.

70-20-10 kan ook nuttig zijn in het onderwijs

Ik kwam de passage al snel tegen in het boek. “Ik wist niet wat ik wilde en had niet het idee dat deze colleges me het antwoord hierop zouden geven”, aldus Steve. De universiteit inspireerde hem echter wel, daarom kreeg hij het voor elkaar dat hij wel op het universiteitsterrein mocht blijven en colleges kon volgen die hem wel interesseerden, zonder dat hij daarvoor hoefde te betalen. En dat was precies wat hij deed: hij leerde wat hij (om wat voor reden dan ook) interessant vond. Via een mix van leren in de praktijk, vrienden en colleges. Je zou kunnen zeggen dat hij de 70-20-10 regel toepaste in het onderwijs. Een interessante gedachte bij voltijds onderwijs. En gezien zijn verdere carrière, was dat een succesvolle aanpak.

Alles staat of valt met de juiste docent

Eigenlijk begon hij hier al mee op de lagere school. Steve was een intelligent kind, niet verbazingwekkend, en liep dan ook behoorlijk voor. Daar had de school geen antwoord op en aangezien Steve behalve intelligent ook behoorlijk creatief was én lak had aan autoriteit, leidde dat tot ‘interessante’ experimenten. Zoals Steve zei: ” Het had weinig gescheeld of mijn nieuwsgierigheid was al vroeg in de kiem gesmoord.” Gelukkig gebeurde dit niet en kreeg hij op een gegeven moment een lerares die hem juist aanpakte (omkoping werkte goed bij Steve) en die hem weer op het rechte pad kreeg.

Volg je hart, geen gebaande paden

Stel dat Steve op de universiteit gewoon de gebaande paden had gevolgd. Het pad waarvan anderen hadden bedacht dat dat het beste voor hem was, het pad dat de meeste studenten volgden. Hij had dan in ieder geval niet de cursus kalligrafie gevolgd, die later zoveel invloed heeft gehad op het ontwerp van de Macintosh. Gelukkig was Steve eigenwijs en volhardend genoeg om zijn eigen weg te volgen. Zoals Steve zei: Het is onmogelijk van te voren te bepalen wat het nut is van iets. Neem de cursus kalligrafie. Pas achteraf weet ik deze cursus veel nut heeft gehad. Op dat moment vond ik het gewoon interessant. Omdat je het uiteindelijke nut van iets van te voren toch niet weet, kun je het beste maar gewoon je gevoel volgen. En dat gevoel zou best weleens buiten de gebaande paden kunnen liggen.

Bepaal je eigen koers

Ik ga vanavond weer verder met de biografie, ik ben benieuwd naar de verdere details die Steve Jobs leven hebben bepaald. De boodschap van Steve’s jeugdjaren is echter duidelijk: laat je niet afremmen door gebaande paden die anderen voor je hebben uitgestippeld. Laat je niet inkaderen door bestaande modellen. Volg je hart, bepaal je eigen koers en wees volhardend. Alleen dan leer je wat jij nodig hebt.

Wat vind jij?

Hoe kijk jij aan tegen leren en gebaande paden? Zijn leerlijnen nuttig of beperken ze juist iemands creativiteit en ontwikkeling? Ik ben benieuwd naar je mening!

Buitenaards leren

Over leren en opleiden zijn al vele boeken en blogs geschreven. Deze hebben echter alleen betrekking op leren en opleiden op onze planeet aarde. Wat nu als je mensen wilt opleiden die zich op een andere planeet bevinden? Wat als de middelen beperkt zijn en de randvoorwaarden die we hier kennen, wegvallen? Deze week een speciale bijdrage van mijn collega Sietske de Pont over ‘Buitenaards leren’.

Mars missie

Verre toekomst – of toch niet?
Het klinkt als science fiction, maar het Nederlandse bedrijf Mars One heeft het ambitieuze plan om vanaf 2023 de eerste mensen op Mars te zetten. Er wordt gestart met vier mensen, waarna de kolonie elke twee jaar wordt uitgebreid met nieuwe bewoners. Hoewel het vooralsnog gaat om een enkele reis, hebben zich al vele duizenden mensen zich aangemeld voor deze Marsmissie.

Marsbewoners: van alle markten thuis

Wat is er nodig om met slechts vier personen een nieuw bestaan op te bouwen op een andere planeet, wat moeten deze mensen kennen en kunnen? Volgens Mars One moeten toekomstige Marsbewoners geen wetenschapper, ingenieurs of testpiloten zijn. Het belangrijkste is dat ze een ontembare spirit hebben, kunnen improviseren en op hun best zijn wanneer de omstandigheden op hun slechtst zijn. Marsbewoners moeten wel op alles voorbereid zijn en veel kunnen: van het verrichten van medische ingrepen tot het verbouwen van voedsel. Ze moeten tenslotte adequaat kunnen handelen als een van hen ernstig ziek wordt of als de life support-capsule het begeeft.

Training voorafgaand aan de expeditie

Omdat de expeditieleden ‘alles’ moeten leren om zich de eerste paar jaar te redden op Mars, worden ze uitgebreid getraind. Zo leren ze alle apparatuur gebruiken en repareren, eerste hulp verlenen en medische apparatuur toepassen. Maar ook moeten ze kennis hebben van de geologie van Mars, de exobiologie (biologie van buitenaards leven), van fysiotherapie, psychologie en elektronica. Naarmate de bevolking op Mars groeit, zal elke nieuwe bewoner weer extra expertise meenemen. Na verloop van tijd is er steeds meer kennis op Mars zelf aanwezig en wordt de benodigde trainingstijd op aarde korter.

Leren is één, onthouden is twee

Ook al heb je als een van de eerste Marsbewoners nog zo’n spirit en improvisatievermogen – dat alleen zal niet voldoende zijn om elementaire kennis op zoveel uiteenlopende (nieuwe) vakgebieden eigen te maken.

Nieuwe kennis beklijft het best als:
1. deze aansluit bij aanwezige kennis: nieuwe kennis wordt opgehangen aan reeds aanwezige kapstokken, wat leidt tot dieper inzicht
2. geleerd wordt in tussenpozen: leren, even laten rusten, later nog eens bekijken, er afstand van nemen en er weer op terugkomen

Ik zou de opleiders van Mars One willen adviseren hier rekening mee te houden, zodat de expeditieleden niet genoodzaakt zijn de leerstof in één ruk in zich op te nemen. Ze zullen dan gaan stampen voor een examen, en de dag erna alles wat ze geleerd hebben weer vergeten zijn.

Een lange reis

De reis naar Mars duurt in het gunstigste geval zeven maanden. Hierdoor wordt de transfer van de gevolgde trainingen naar de praktijk bemoeilijkt: hoe meer tijd er verstrijkt tussen het aanleren van bepaalde kennis en vaardigheden en het toepassen ervan, hoe minder er beklijft. Ik kan me voorstellen dat er onderweg mogelijkheden zijn om het geleerde te blijven oefenen en herhalen. Hoewel de ruimte in de raket beperkt is, passen er vast wel enkele geavanceerde tablets in de cabine, met daarop een aantal e-books, relevante apps en simulaties.

En dan zit je op Mars…

Een reisje Mars is slopend. De expeditieleden zullen last krijgen van vermoeidheid, verminderde cognitieve vaardigheden en lethargie. Maar laten we er voor het gemak even vanuit gaan dat de getrainde expeditieleden na een korte aanpassingsperiode weer volledig hersteld zijn. Nu moet blijken of ze voldoende hebben aan de intensieve trainingen om hun bestaan op te bouwen.

Wat doen aardbewoners op het moment dat ze iets nieuws moeten doen? Of als ze even niet voldoende informatie hebben om verder te kunnen? Er zijn diverse mogelijkheden: ze gaan het gewoon proberen, vragen het een collega of zoeken het op. Aangezien de risico’s op Mars vele malen groter zijn als er ‘iets’ mis gaat, vermoed ik dat Marsbewoners bij twijfel niet lukraak aan het proberen slaan. Blijft over: het raadplegen van een collega en het opzoeken van de informatie.

Het aantal collega’s op Mars is beperkt. Meer dan drie zijn er in eerste instantie niet, dus die informatiebron is snel uitgeput. Communicatie met aarde is lastig, aangezien er door de grote afstand een vertraging is. Afhankelijk van de afstand tussen de aarde en Mars bedraagt die vertraging 3 tot 22 minuten. Bellen kan dus niet, berichten (tekst of video) sturen wel. Op die manier kunnen Marsbewoners prima aan informatie komen, er moet alleen geen sprake zijn van acute noodsituaties.

Ik hoop daarom dat de focus tijdens de trainingen niet heeft gelegen op het ‘uit het hoofd’ kennen of kunnen, maar ook op het gebruik van naslagwerken. Idealiter hebben Marsbewoners voldoende basiskennis van de verschillende vakgebieden en de vaardigheden om aanvullende specialistische kennis op te zoeken op het moment dat het nodig is.

De toekomst zal het leren!

Niemand heeft een glazen bol, dus we zullen nog 9 jaar geduld moeten hebben voor we zien hoe de Marsmissie uitpakt. Hoe zal het de expeditieleden vergaan, hoe zal het zijn om op Mars te leven? Vermoedelijk hadden onze verre voorouders soortgelijke vragen en gevoelens toen de eerste ontdekkingsreizigers de zee op gingen om nieuwe continenten te ontdekken…

Wat denk jij?

Ik ben heel benieuwd naar jouw ideeën over leren en opleiden op een andere planeet. Hoe zie jij dit voor je, wat komt er nog meer bij kijken?

Sietske de Pont

Hoelang duurt de ideale opleiding?

KlokAls je een opleiding ontwikkelt, dan wil je natuurlijk ook dat de deelnemer daar iets van leert. Dat de opleiding zinvol is en de deelnemer het geleerde op het juiste moment kan toepassen in de praktijk. Er zijn verschillende factoren die bepalen of een opleiding zinvol is: de relevantie, de mogelijkheden voor transfer, de motivatie van de deelnemer etc. Een factor die vaak onderbelicht is, is tijd. En daar wil ik het vandaag over hebben.

De juiste opleidingsduur

Bij een opleiding telt vaak alleen de tijd van het opleidingstraject zelf. Van de eerste tot de laatste bijeenkomst of eindtoets. Dat blijkt ook uit de leerdoelen: aan het einde van deze opleiding weet/kun je.. . Niet relevant. Bij een opleiding zou de tijd tot het toepassen van het geleerde in de praktijk centraal moeten staan. Daar gaat het immers om. Een opleiding houdt niet op bij het opleidingsmoment zelf. 

Effectief gebruik van geheugentechnieken

De inhoud van een opleiding kan nog zo zinvol zijn, als iemand het geleerde is vergeten op het moment dat hij het nodig heeft, dan heeft hij er weinig aan. Om Ebbinghaus maar weer eens aan te halen: als je niets doet om het geleerde te onthouden, dan zijn de meeste mensen enkele weken na de opleiding 80% alweer vergeten.

Je kunt er op verschillende manieren voor zorgen dat een deelnemer het geleerde niet vergeet: herhaling, context, gebruik van verschillende zintuigen, ezelsbruggetjes, etc. Als opleidingen hier al gebruik van maken, dan is het meestal ter voorbereiding op een toets. Slagen voor een toets zorgt er echter niet voor dat de deelnemer het geleerde straks inderdaad in de praktijk kan toepassen. Zorg er dan ook na het laatste opleidingsmoment of toets voor dat het geleerde niet wordt vergeten.

Onthoud niet meer dan nodig

Hoe meer tijd er zit tussen de opleiding en de toepassing van het geleerde, hoe lastiger en tijdrovender het onthouden wordt. En hoe duurder dus. Wees dus kritisch met de kennis en kunde die de deelnemer uit het hoofd moet weten. Stel jezelf de vraag wat iemand echt uit het hoofd moet weten en wat iemand ook kan opzoeken of navragen. Steek geen tijd en geld in dingen die de deelnemers toch weer vergeten, zonde. Je kunt die kennis en kunde beter in een goed naslagwerk stoppen en de deelnemer hiermee leren werken.

Nooit meer transferproblemen

Als je het opleidingstraject verlengt tot het moment dat de deelnemer het geleerde toepast, dan heb je een enorme hindernis wat betreft transfer genomen. Je zorgt er dan immers voor dat iemand over het moment dat het nodig is over de geleerde kennis en vaardigheden beschikt.

Wat vind jij?

Vind jij ook dat bij opleidingen tijd een onderbelicht aspect is? Ben je het eens met mijn tips en heb je nog aanvullingen? Laat het me weten!

Werkplekleren aan de keukentafel

Deze week een speciale bijdrage van mijn collega Karin Deenen over werkplekleren. Kusoma heeft geen vast kantoor waar iedereen elke dag bij elkaar komt. We werken op afstand. Een interessante vraag die dan opkomt is: kan een bedrijf zoals wij ook aan werkplekleren doen? 

Werkplekleren op afstand, kan dat? Ikzelf werk bijvoorbeeld bij een organisatie die verspreid zit door het land. Dit betekent dat iedereen het grootste deel van de tijd werkt vanuit huis of bij de klant op locatie. Voor het inwerken van collega’s en om bepaalde vaardigheden/projecten onder de knie te krijgen zijn we daarom vaak afhankelijk van communicatiemiddelen zoals Skype. Het gaat in ons geval dus om inwerken op afstand, terwijl iemand wel op zijn werkplek zit. Is dat dan ook werkplekleren? Of moeten we dan een gezamenlijk kantoor hebben waar we het overgrote deel van de tijd aanwezig zijn?

Bij werkplekleren wordt er geleerd op de werkplek, in de praktijk. Mensen hoeven op die manier het geleerde niet meer te vertalen naar de eigen praktijk. Het is de tegenhanger van klassikaal leren en kan op verschillende manieren plaatsvinden. Voor het bedrijfsleven betekent dit bijvoorbeeld bedrijfsopleidingen en cursussen. Informeel leren van collega’s bij de koffieautomaat hoort hier echter ook bij.

De werkplek is veranderd

De werkplek heeft de laatste jaren duidelijk een andere definitie gekregen. Vroeger was de werkplek de plek waar je ’s ochtends naartoe ging als je de deur uitstapte. Door de toename van thuiswerken en beschikbare technologieën is tegenwoordig de werkplek de omgeving waar je het werk uitvoert. Dit kan in mijn geval op kantoor zijn en in de fabriekshal. Maar ook thuis, bij de klant, in de trein of zelfs in de file. De werkplek is voor mij dus variabel. Je kunt zelfs zeggen dat mijn werkplek mijn laptop is.

Het is een andere manier van werken die ik niet gewend was en waar ik zeker ook aan moest wennen. Je ziet en spreekt je collega’s toch op een andere manier. Ook de manier waarop je je werkzaamheden uitvoert en de terugkoppeling naar collega’s verloopt anders. Minder ad hoc maar meer gepland omdat je elkaar minder spreekt tussen de bedrijven door.

Werkplekleren op afstand

Bij werkplekleren is een werkomgeving nodig waarin mensen in staat zijn te leren in de dagelijkse praktijk. Ondersteuning en terugkoppeling van collega’s en leidinggevenden is hierbij belangrijk. Op kantoor of in een bedrijfsruimte moeten deze voorwaarden geschept worden. In mijn ogen is dit bij thuiswerken niet anders. De manier waaróp dit gebeurt is echter wél anders. In mijn geval werd ik het grootste deel van de tijd ingewerkt achter mijn laptop, zittend aan de keukentafel of bij de klant. Ik had de beschikking over communicatiemiddelen als Skype, telefoon, mail en chat. Ik kon op elk moment iemand bellen als ik vragen had. Bij het oppakken van een nieuw project werd ook telkens het inwerktraject gestart.

Ik ‘werkplekleerde’ dus van collega’s en door mee te werken aan lopende projecten. Op die manier leerde ik het bedrijf en de manier van werken goed kennen. Het verschil met werken op een kantoor was alleen dat mijn werkomgeving niet een kantoorruimte was. Ik zag mijn collega’s dus ook niet dagelijks. Ik sprak ze daarentegen wel iedere dag zodat ik optimaal kon leren. Achter mijn laptop aan de keukentafel.

Specifieke eisen

Mijn ervaring is dat een gezamenlijk kantoor waar werknemers het overgrote deel van de tijd aanwezig zijn, niet nodig is om werkplekleren mogelijk te maken. Ik denk dat werkplekleren bij thuiswerken heel goed mogelijk is. De manier waaróp je leert en ondersteuning krijgt van collega’s is echter heel anders. De afstand stelt hieraan specifieke eisen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van geschikte communicatiemiddelen. Ook is terugkoppeling van de werkzaamheden en het maken van een duidelijke planning erg belangrijk, juist omdat je elkaar niet dagelijks ziet.

Het vergt daarom wel de nodige inzet en motivatie van alle betrokken partijen. Verwacht daarom ook niet dat dit altijd vlekkeloos zal verlopen, dat was bij ons ook niet altijd het geval. Maar dit zal bij werkplekleren in een kantooromgeving niet anders zijn. Als je echter de juiste voorwaarden schept en iedereen zich ervoor inzet, dan kan werkplekleren op afstand zeker een succes worden.

Wat vind jij?

Ik ben heel benieuwd naar jouw ideeën over werkplekleren bij thuiswerken. Denk jij ook dat dit mogelijk is, of zie je dit anders? Ik ben benieuwd naar je mening!

Karin Deenen