Duurzame opleidingen door 2-traps leerdoelen

Getekend verslag_klein

Afgelopen week heb ik een presentatie over duurzaam opleiden gegeven op het NetOO symposium. Het symposium stond in het teken van nieuwe vormen van leren, trends in leren. Onderwerpen die de revue passeerden waren onder meer informeel leren, 70-20-10, boerenverstand en dus duurzaam opleiden. Hierboven het prachtige getekende verslag dat kunstenaars van het symposium hebben gemaakt.

Het was mijn eerste echte presentatie over duurzaam opleiden, dus ik vond het enorm spannend. Met de Nachtwacht onder de ene arm en mijn veiligheidsschoenen onder de andere stapte ik het podium op. In 10 minuten gaf ik mijn kijk op duurzaam opleiden en het ging super. Wat is dat leuk om te doen, mensen inspireren. De reacties waren overweldigend. Veel lovende kritieken en interessante vragen. Ik was best een beetje trots op mezelf.

Op veler verzoek heb ik besloten de tekst van mijn presentatie online te zetten. Je kunt de tekst hier downloaden. Twee onderdelen sprongen er afgelopen vrijdag uit wat betreft reacties en vragen. Ik stip ze hieronder kort aan en licht ze toe. 

Iets onthouden en blijven onthouden is duur

Als je een opleiding maakt of inkoopt, dan letten mensen vooral op de inhoud. Wat je allemaal leert in de opleiding. Tja, de inhoud is natuurlijk ook belangrijk. Je wilt immers geen tijd en geld steken in iets dat voor jou niet relevant is. Echter, waar het eigenlijk om gaat is wat er blijft hangen van een opleiding. Het gaat er niet om dat je iets weet of kunt na een opleiding. Het gaat erom dat je het weet of kunt op het moment dat je het nodig hebt.

Het kost veel tijd en geld om iets te onthouden en te blijven onthouden. Dat gaat nu eenmaal niet vanzelf. Wees daarom kritisch met het bepalen wat iemand echt uit het hoofd moet weten en wat iemand ook best kan opzoeken of navragen. Als iemand iets eigenlijk net zo goed (of beter) kan opzoeken, dan is het wellicht zinvoller te investeren in een goed kennissysteem en mensen hiermee te leren werken. Scheelt een hoop opleidingstijd.

Maak andere leerdoelen

Een tweede onderwerp dat voor veel reacties zorgde, was het anders formuleren van leerdoelen. Leerdoelen hebben vaak de vorm van ‘Aan het einde van deze opleiding kunt of weet u…” en dan volgt een waslijst met wat je allemaal moet weten en kunnen. Dat is eigenlijk vreemd. Het gaat er immers helemaal niet om dat je iets weet of kunt aan het einde van de opleiding. Het gaat erom dat je het weet of kunt op het moment dat je het nodig hebt.

Ik vind dat het tijd wordt voor andere leerdoelen. Voor leerdoelen die opleidingen opleveren die wel aansluiten bij de praktijk. Ik werk zelf vaak met 2-traps leerdoelen. De eerste trap omvat hierbij WAT iemand straks moet kunnen en heeft de vorm van een taak. In de tweede trap geef je aan HOE hij aan de kennis en kunde komt die hij hiervoor nodig heeft. Moet hij het uit zijn hoofd weten, zorg er dan voor dat hij het inderdaad weet op het moment dat het nodig is. Moet hij het kunnen opzoeken of navragen, zorg er dan voor dat hij het snel genoeg kan vinden en juist interpreteert.

Door leerdoelen op deze manier te formuleren sluit je goed aan bij de de praktijk. In het werk zijn weten en zoeken immers ook nauw met elkaar verbonden. Het is niet meer dan logisch dat opleidingen hierbij aansluiten.

Wat vind jij?

Herken je je in de genoemde punten? Kun je de tips toepassen in de praktijk? Mis je bepaalde informatie of loop je tegen dingen aan? Ik ben benieuwd naar je reactie!

Blended learning, zin of onzin?

Door Tiia Monto (Eigen werk) [CC-BY-SA-3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons

Door Tiia Monto (Eigen werk) [CC-BY-SA-3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons

Toen ik de term blended learning voor het eerst hoorde, fronste ik mijn wenkbrauwen. Waarom deze term, het is toch niets nieuws? Ik gebruikte al jaren met regelmaat de combinatie van klassikaal en e-learning, waarom zou dat een aparte naam moeten hebben? Is dat weer een nieuwe gril in opleidingsland, alles moet een naampje hebben, of heeft het ook nut?

Eerste indruk: geen meerwaarde

Voor mezelf heeft het geen nut, geen meerwaarde. Blended learning bestond voor mij allang, alleen had het geen naam. Het was gewoon een van de mogelijke manieren om een training vorm te geven. In mijn toolbox zitten allemaal verschillende vormen, middelen en werkvormen die handig zijn bij leren. Bij iedere vraag kijk ik welke vormen en middelen het meest geschikt zijn voor de klant en die pas ik vervolgens toe. En dat is regelmatig een combinatie van klassikaal en e-learning. Uiteraard, beide vormen hebben immers voor- en nadelen. Ik vind het dus logisch dat je van elke optie juist de voordelen benut en de nadelen opheft met de voordelen van de andere optie. Waarom zou je aan deze combi een naam geven?

Maar: nieuwe mindset

Ik heb ook even rondgevraagd hoe anderen hier tegenaan kijken. Enkele collega-onderwijskundigen zijn helemaal lyrisch over blended learning en geven me bijna het gevoel alsof het de uitvinding van de eeuw is in opleidingsland. Een wondermiddel. Op mijn vraag wat er dan zo nieuw aan is, kreeg ik het antwoord: “alles”. Vertel, wat heb ik gemist, vroeg ik. Het kwam erop neer dat het vooral deuren opent bij opdrachtgevers. Eigenlijk gaat het er niet om of blended learning nieuw is, maar of het nieuwe mogelijkheden creëert. En dat laatste is zeker het geval. Het interessante is dat de introductie van een term, blended learning in dit geval, de mindset van mensen kan veranderen. Het brengt nieuwe gedachten op gang.

Inzicht en besef

Dat herken ik eigenlijk wel. De overgang naar e-learning en dan vooral de investering die daar vaak bijhoort, leidt nogal eens tot een fixed mindset. E-learning is opeens de standaard voor alle trainingen, we hebben er immers niet voor niets voor gekozen. De voordelen zijn talloos: plaats- en tijd onafhankelijk, mooie oefenmogelijkheden, de training blijft altijd beschikbaar voor de deelnemer, etc. E-learning heeft de toekomst, we zijn modern, we gaan ervoor. Punt. Met andere woorden: veel mensen zien het vaak als keuze: of klassikaal of e-learning. Ouderwets of modern. Dit verblindt, zorgt voor oogkleppen.

Toen de combi van klassikaal en e-learning een naampje kreeg, heb ik de naam regelmatig bij bedrijven laten vallen. Ik merkte dat de term tot de verbeelding sprak en al snel een enorme vlucht nam. Veel mensen hadden er van gehoord en werden erdoor geprikkeld. De introductie van de term blended learning heeft de fixed mindset inderdaad veranderd.

Open vizier

Vreemd dat dat zo werkt, als je erover nadenkt. Je zou zeggen dat de keuze nu is uitgebreid tot drie: klassikaal, e-learning of de combinatie van beide. Maar zo werkt het blijkbaar niet helemaal. Het besef dat een combinatie ook mogelijk is en vaak tot betere resultaten leidt, zet mensen aan het denken. Het inzicht dat het geen kwestie is van kiezen is maar van mixen, leidt tot een open vizier.

Zin of onzin?

Mijn conclusie is dan ook dat blended learning op zich niets nieuws is. Toch heeft de introductie een verandering teweeg gebracht, omdat het de fixed mindset van mensen veranderd heeft. “Ik hoef geen keuze te maken tussen klassikaal en e-learning, het is een kwestie van de juiste mix bepalen.” Dit besef alleen al maakt de introductie van de term blended learning zinvol.

Wat vind jij?

Vind je blended learning zinvol of onzin? Herken je bovenstaand effect en heb je dat ook bij andere termen gezien? Ik ben benieuwd naar je mening!

g

Opleidingen ontwikkelen volgens scrum

Wij werken op afstand en gebruiken daarom Trello als scrumboard

Sinds een paar maanden werken we bij Kusoma volgens scrum. Ik kende scrum uit de IT en zag meteen de voordelen voor onszelf. En ik moet zeggen: scrum is top! Het werkt zelfs nog beter dan we hadden verwacht. Deze week laat ik zien waarom en waarom scrum ook voor het ontwikkelen van opleidingen een uitkomst is.

Wat is scrum?

Scrum komt uit de IT en wordt gebruikt om op een flexibele manier software te bouwen. Dus niet eerst alles bedenken en ontwerpen, dan een hele tijd bouwen en dan testen. Bij scrum is denken, ontwerpen, bouwen en testen geïntegreerd. Het gaat hand in hand. Hierdoor kun je vlekkeloos inspelen op veranderende behoeften en voortschrijdend inzicht.

Scrum gaat uit van multidisciplinaire en zelfsturende teams die in korte sprints (2-4 weken) telkens een stuk werkend product opleveren. Ieder scrumteam heeft een product owner die de klant vertegenwoordigt. De product owner bepaalt per sprint wat op dat moment de meeste waarde heeft voor de klant en wat het team dus moet ontwikkelen. Het scrumteam bepaalt vervolgens hoe het dat gaat doen. De voortgang houden ze zelf bij op een scrumboard, zichtbaar voor iedereen, dus ook voor de klant. Wijzelf werken op afstand en gebruiken daarom een digitaal scrumboard (Trello, zie bovenstaande foto). Ieder scrumteam heeft tenslotte nog een scrummaster, die de voortgang van de sprint in de gaten houdt en zorgt dat de sprint ongehinderd door kan gaan.

Met scrum heeft de klant na iedere sprint een werkend product dat hij direct kan testen en gebruiken. Het team krijgt hierdoor direct feedback op het geleverde werk en de klant kan het product direct gebruiken en van de voordelen profiteren. Niets maanden of jaren wachten.

Wow!

Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar we hebben inmiddels ondervonden dat scrum werkt. En niet alleen voor IT projecten. Bovendien merk ik dat scrum voor een goede teamspirit zorgt en het is ook nog eens een leuke manier van werken. Ik zou niet meer anders willen.

Opleidingen ontwikkelen volgens scrum

Ik weet zeker dat scrum ook voor het ontwikkelen van opleidingen een uitkomst is. Hoe vaak gebeurt het niet dat de exacte inhoud nog niet bekend is terwijl er al wel ontwikkeld moet worden om alles op tijd klaar te krijgen? Of dat een veranderproces toch in delen wordt uitgerold waardoor het opleidingsplan verandert?

Met de scrum aanpak maakt dat allemaal niet uit. Je kijkt gewoon per sprint wat op dat moment de meeste waarde heeft, wat voldoende concreet is en wat dus uitgewerkt kan worden. Met scrum ben je enorm flexibel. Omdat er na iedere sprint een stuk werkende opleiding wordt opgeleverd, kan direct getest of bijgestuurd worden. Je kunt zelfs al direct met opleiden beginnen!

Tal van voordelen

Scrum heeft dus ook voor het ontwikkelen van opleidingen talloze voordelen. Hieronder de belangrijkste.

Direct starten met ontwikkelen

Met scrum start je vrijwel direct met ontwikkelen, je wacht niet eerst tot het hele ontwerp gemaakt en goedgekeurd is. Hoe verder van te voren je immers beslist wat er nodig is, hoe groter de kans dat het bijgesteld moet worden. Waarom zou je dat dan doen? Scrum werkt met korte termijn doelen (per sprint en per dag), gebaseerd op wat op dat moment de meeste waarde heeft.

Direct starten met opleiden

Aan het einde van een sprint lever je telkens eenheden op die gebruiksklaar zijn. Dat betekent dat de klant direct kan beginnen met opleiden en niet hoeft te wachten tot de hele opleiding klaar is. Zeker bij onderwerpen waarbij oefening en herhaling een belangrijke rol speelt, is deze manier van werken een uitkomst.

Direct feedback

De klant kan na iedere sprint testen wat er gemaakt is, zodat het team weet of het op de goede weg is en feedback direct kan meenemen. Zonder dat grote delen herzien hoeven te worden. Als ook al direct met opleiden wordt begonnen, dan kan het team ook hier direct op inspelen. Het team kan bijvoorbeeld direct een aanvullende module ontwikkelen als blijkt dat bepaalde voorkennis mist, zonder dat de opleiding vertraging oploopt.

Flexibeler

Alleen de inhoud van de huidige sprint ligt vast. De inhoud van alle volgende sprint staat nog geheel open. Hierdoor kun je eenvoudig inspelen op nieuwe inzichten, wijzigingen of aanvullingen.

Goedkoper

Met scrum ontwikkel je alleen onderwerpen die al voldoende concreet en uitgewerkt zijn. Dat kan ook, omdat je met korte sprints werkt. Hierdoor werk je efficiënt en kost het ontwikkelen niet meer tijd, geld en energie dan nodig. Bovendien is de kans een stuk kleiner dat je dingen ontwikkelt die achteraf toch niet nodig blijken te zijn of bijgesteld moeten worden. Ook qua uren zal het nooit zo zijn dat je capaciteit inhuurt die je niet nodig hebt. Per sprint wordt immers gekeken hoeveel fte er nodig is en alleen die uren worden ingepland. Dit alles maakt scrum goedkoper dan de huidige projectaanpak.

Mijn conclusie

Wacht niet langer en ga direct over op scrum. Dan pluk je direct de voordelen. Dat kan ook tijdens een lopend project! Tip: laat je wel goed informeren en ga niet over een nacht ijs. Scrum klink en is eenvoudig, maar vereist wel een gedegen en consistente aanpak. Bel of mail me gerust als je vragen hebt.

Wat vind jij?

Wat vind jij van scrum? Denk jij ook dat opleidingen ontwikkelen efficiënter, leuker en goedkoper wordt met scrum? Welke voor- en nadelen zie jij? Laat het me weten!

Waar een leerdoel is, is een weg

Deze week weer een bijdrage van mijn collega Sietske de pont. Leerdoelen zijn een belangrijk onderdeel van iedere opleiding, zowel voor de ontwikkelaar als de deelnemer. Sietske laat zien: Waar een leerdoel is, is een weg.

“Kunt u me misschien vertellen welke kant ik op moet?”, vroeg Alice.
“Dat hangt er heel erg vanaf waar je heen wilt,” zei de kat.
“Dat kan me niet zoveel schelen,” zei Alice.
“Dan doet het er niet toe welke kant je opgaat,” zei de kat.
“Als ik maar ergens kom,” voegde Alice er bij wijze van verklaring aan toe.
“O, dat zal wel lukken,” zei de kat, “als je maar lang genoeg doorloopt.”
Uit: De avonturen van Alice in Wonderland – Lewis Carol

De moraal van dit verhaal: als je niet weet waar je naartoe wilt, maakt het niet uit welke kant je op gaat. Als je wél weet waar je naartoe wilt, kan dit vaak via meerdere wegen. Onderwijskundigen besteden daarom ruim aandacht aan het formuleren van leerdoelen. Door leerdoelen vast te stellen, kan de ‘opleidingsroute’ bepaald worden. Helaas zijn veel onderwijskundigen hierin wat overenthousiast.

Doelen van leerdoelen

Er zijn, kort samengevat, drie redenen om leerdoelen te formuleren:

  1. Op basis van leerdoelen wordt de inhoud van opleidingen vastgesteld en ontwikkeld;
  2. Leerdoelen geven de kern van de opleiding weer en bieden daarmee houvast aan de cursist;
  3. Achteraf is te toetsen (of evalueren) of de opleiding het beoogde resultaat heeft gehad.

Drie doelen ineen = geen

Drie verschillende doelen, drie verschillende doelgroepen. Ontwikkelaars, cursisten en beoordelaars hebben verschillende belangen bij het kennen van de leerdoelen. Bovendien verschillen zij qua kennis en achtergrond van elkaar. Ze zouden dus elk op hun eigen manier benaderd moeten worden. Toch wringen onderwijskundigen zich in allerlei bochten om tot één beschrijving te komen waar iedereen het mee moet doen. Maar als je je op iedereen tegelijk richt, richt je je eigenlijk op niemand.

Wie ontwikkelt de opleiding?

Het eerste doel is helder, daar ben ik het mee eens. Leerdoelen helpen de ontwikkelaar te focussen op datgene wat belangrijk is. Als bepaalde content niet bijdraagt aan de leerdoelen, kun je die beter achterwege laten. Maar wie is de ontwikkelaar eigenlijk? Binnen het bedrijfsleven worden vaak (maatwerk) opleidingen ontwikkeld. Dit gebeurt door een opleidingsbureau, dat zowel de leerdoelen opstelt, als de opleiding ontwikkelt. In praktijk formuleren onderwijskundigen dus leerdoelen voor ‘zichzelf’. In deze gevallen is het onnodig om veel aandacht te besteden aan de precieze formulering van de leerdoelen.

Onleesbare leerdoelen

Het tweede doel dan: houvast voor de cursist? Cursisten lezen opgestelde leerdoelen niet of nauwelijks. Als ze dat al doen, is het vaak eenmalig. De manier waarop leerdoelen geformuleerd worden, is hierop van grote invloed. Leerdoelen voldoen aan de criteria van Mager (1974) en bevatten taxonomieën en referentiekaders. Steeds vaker wordt bovendien beweerd dat leerdoelen SMART geformuleerd moeten worden (onzin!). Op deze manier creëer je draken van leerdoelen, die zeker niet op de cursist zijn gericht.

De criteria van Mager
  1. Waarneembaar gedrag: wat moeten cursisten met de leerstof doen?
  2. Inhoud: op welke inhoud moet de cursist de beschreven activiteit kunnen toepassen?
  3. Voorwaarden: onder welke condities moet de cursist het gedrag vertonen?
  4. Norm: wat is de minimumprestatie, wanneer beheerst de cursist het geleerde voldoende?

“Aan het eind van de opleiding kan de cursist …”

Zoals de meeste leerdoelen beschreven worden, sluiten ze vooral aan op het derde doel: toetsen of de opleiding het beoogde resultaat heeft gehad. Alleen dan hebben de voorwaarden en norm namelijk toegevoegde waarde. Maar wat als een opleiding een effect sorteert dat niet als leerdoel is opgenomen? Telt het dan niet mee? En hoe zit het met de doelen van individuele cursisten, zijn alle leerdoelen wel voor iedereen even belangrijk? Ook vind ik de formulering “Aan het eind van de opleiding kan de cursist…” een zwaktebod. Het illustreert dat onderwijskundigen niet verder kijken dan de opleiding zelf: aan het eind van de opleiding moet de cursist iets weten of kunnen, maar daarna mag hij het weer vergeten. Terwijl we toch mensen opleiden om te zorgen dat ze hun werk beter kunnen uitvoeren. Dat ze iets kunnen of weten op het moment dat het nódig is, of dat nou een dag na de opleiding is, of pas een half jaar later.

Hoe dan wel?

Hieronder mijn tip-5 voor het formuleren van leerdoelen:

  1. Maak onderscheid tussen de verschillende doelen van leerdoelen en beschrijf deze verschillend.
  2. Laat cursisten zelf hun leerdoelen formuleren. Zo krijg je leerdoelen die passen bij elke individuele cursist en worden ze beter onthouden.
  3. Formuleer leerdoelen die als basis dienen voor ontwikkeling van de opleiding kort en bondig. Je collega-onderwijskundigen zijn prima in staat hier verder invulling aan te geven.
  4. Formuleer je toch leerdoelen voor cursisten: doe dit dan in termen van onderwerpen, voor een kapstok is dit voldoende.
  5. Kijk verder dan het opleidingsmoment: wat moeten cursisten kunnen als ze weer aan het werk zijn?

Wat vind jij?

Hoe kijk jij aan tegen het formuleren van leerdoelen? Ben je het eens met mijn tips, of juist helemaal niet? Ik ben benieuwd naar je mening!

Wat ik van Steve Jobs heb geleerd over leren

Steve JobsAfgelopen weekend ben ik eindelijk begonnen aan de biografie van Steve Jobs. Een intrigerende persoonlijkheid. Ik herinner me nog een lezing die hij in 2005 gaf bij Stanford University. Hierin vertelde hij onder andere dat hij op de universiteit na een halfjaar is gestopt, en daarna alleen nog colleges volgde die hij wel interessant vond. Daar wilde ik meer van weten.

70-20-10 kan ook nuttig zijn in het onderwijs

Ik kwam de passage al snel tegen in het boek. “Ik wist niet wat ik wilde en had niet het idee dat deze colleges me het antwoord hierop zouden geven”, aldus Steve. De universiteit inspireerde hem echter wel, daarom kreeg hij het voor elkaar dat hij wel op het universiteitsterrein mocht blijven en colleges kon volgen die hem wel interesseerden, zonder dat hij daarvoor hoefde te betalen. En dat was precies wat hij deed: hij leerde wat hij (om wat voor reden dan ook) interessant vond. Via een mix van leren in de praktijk, vrienden en colleges. Je zou kunnen zeggen dat hij de 70-20-10 regel toepaste in het onderwijs. Een interessante gedachte bij voltijds onderwijs. En gezien zijn verdere carrière, was dat een succesvolle aanpak.

Alles staat of valt met de juiste docent

Eigenlijk begon hij hier al mee op de lagere school. Steve was een intelligent kind, niet verbazingwekkend, en liep dan ook behoorlijk voor. Daar had de school geen antwoord op en aangezien Steve behalve intelligent ook behoorlijk creatief was én lak had aan autoriteit, leidde dat tot ‘interessante’ experimenten. Zoals Steve zei: ” Het had weinig gescheeld of mijn nieuwsgierigheid was al vroeg in de kiem gesmoord.” Gelukkig gebeurde dit niet en kreeg hij op een gegeven moment een lerares die hem juist aanpakte (omkoping werkte goed bij Steve) en die hem weer op het rechte pad kreeg.

Volg je hart, geen gebaande paden

Stel dat Steve op de universiteit gewoon de gebaande paden had gevolgd. Het pad waarvan anderen hadden bedacht dat dat het beste voor hem was, het pad dat de meeste studenten volgden. Hij had dan in ieder geval niet de cursus kalligrafie gevolgd, die later zoveel invloed heeft gehad op het ontwerp van de Macintosh. Gelukkig was Steve eigenwijs en volhardend genoeg om zijn eigen weg te volgen. Zoals Steve zei: Het is onmogelijk van te voren te bepalen wat het nut is van iets. Neem de cursus kalligrafie. Pas achteraf weet ik deze cursus veel nut heeft gehad. Op dat moment vond ik het gewoon interessant. Omdat je het uiteindelijke nut van iets van te voren toch niet weet, kun je het beste maar gewoon je gevoel volgen. En dat gevoel zou best weleens buiten de gebaande paden kunnen liggen.

Bepaal je eigen koers

Ik ga vanavond weer verder met de biografie, ik ben benieuwd naar de verdere details die Steve Jobs leven hebben bepaald. De boodschap van Steve’s jeugdjaren is echter duidelijk: laat je niet afremmen door gebaande paden die anderen voor je hebben uitgestippeld. Laat je niet inkaderen door bestaande modellen. Volg je hart, bepaal je eigen koers en wees volhardend. Alleen dan leer je wat jij nodig hebt.

Wat vind jij?

Hoe kijk jij aan tegen leren en gebaande paden? Zijn leerlijnen nuttig of beperken ze juist iemands creativiteit en ontwikkeling? Ik ben benieuwd naar je mening!

« Older Entries Recent Entries »